Informatie voor producenten/registratiehouders

Inleiding

(Als u aan de linkerkant van uw scherm geen menuopties ziet, dan bent u waarschijnlijk via Google of een andere zoekmachine direct op deze pagina terechtgekomen. Klik in dat geval hier en dan kunt u het hele verhaal zien.)

Producenten/registratiehouders van geneesmiddelen zijn sinds november 2005 verplicht de patiënteninformatie (hierna aangeduid als 'bijsluiter') op leesbaarheid te laten testen. De Europese Richtlijn 2004/27/EC (een wijziging op Richtlijn 2001/83/EC) formuleert het als volgt: 'In de bijsluiter wordt rekening gehouden met de resultaten van het overleg met patiëntendoelgroepen, zodat de bijsluiter leesbaar, duidelijk en gebruiksvriendelijk is' (art. 59-3) en 'de resultaten van de beoordeling in samenwerking met patiëntendoelgroepen worden aan de bevoegde autoriteit voorgelegd' (art. 61-1). Deze verplichting geldt sedert 1 november 2005 voor middelen die voor de eerste keer ter registratie worden aangeboden of die aanzienlijk zijn veranderd.

Welke taal moet worden getest?

Van bijsluiters van geneesmiddelen die via de zogeheten 'centrale procedure' voor alle lidstaten van de Europese Unie worden goedgekeurd, behoeft slechts één van de taalversies te worden getest. Dit zal in de meeste gevallen de Engelse versie zijn, maar dat is niet noodzakelijk. Voor welke taal ook wordt gekozen, in alle gevallen moet het testverslag in het Engels beschikbaar zijn, zodat het toegankelijk is voor de autoriteiten in andere EU-landen en voor de Europese Commissie.

Bij de zogeheten 'wederzijdse goedkeuringsprocedure' (mutual recognition procedure, MRP) wordt bij voorkeur de taal van de Reference Member State (RMS) getest. Dat is in relatief veel gevallen Nederlands aangezien veel producenten het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) in Nederland selecteren voor de toelatingsprocedure. (Blijkens hun meest recente jaarverslag was het CBG betrokken bij circa een kwart van alle toelatingsprocedures binnen de EU.) Het risico van het testen van slechts één van de taalversies is echter dat de vertalingen van wisselende kwaliteit kunnen zijn en niet in alle gevallen goed worden gecontroleerd.

Bij de nationale toelatingsprocedure wordt uiteraard de eigen taal getest.

Testeisen

Duidelijke informatie over de eisen waaraan een leesbaarheidstest moet voldoen, is niet beschikbaar. Er is ook niet een enkele, specifieke testmethode die per se moet worden gebruikt. De autoriteiten (in Nederland dus het CBG) moeten wel kunnen zien dat op een degelijke en goed omschreven wijze is vastgesteld dat personen die het geneesmiddel zouden kunnen gebruiken belangrijke informatie kunnen vinden en begrijpen. MediLingua volgt de in de EC Readability Guideline voorgestelde testmethode. In het kort komt het erop neer dat 90% van de testdeelnemers de gevraagde informatie moet kunnen vinden en dat van die groep weer 90% de informatie moet hebben begrepen. Als gevolg van het gebruik van een aantal moeilijk te kwantificeren termen in de Europese richtlijn, zoals 'leesbaar', 'duidelijk' en 'begrijpelijk', is het overigens onduidelijk hoe leesbaar een bijsluiter nu eigenlijk moet zijn.

Wel is duidelijk dat de te testen bijsluiter moet zijn opgesteld conform de door het Europese Geneesmidelen Bureau (EMA) ontwikkelde standaard (de zogeheten QRD template). Gebruik van de template kan soms problemen opleveren: de template bevat enkele koppen, subkoppen en zinnen die tijdens leesbaarheidstesten soms als probleem worden gesignaleerd. De Nederlandse versie van de template is begin 2010 ingrijpend gewijzigd en daarmee aanzienlijk verbetered. Templates in alle officiële talen van de Europese Unie en IJslands en Noors kunnen worden gedownload van de website van het Europese Geneesmiddelen Bureau.

Hoe gaat een leesbaarheidstest in zijn werk?

Bijsluiters worden op leesbaarheid getest door minimaal twee groepen van tien personen. Van elke testgroep moeten minstens acht van de tien deelnemers de informatie hebben gevonden en begrepen. De bijsluiter moet worden getest in de vorm die gelijk is aan of veel lijkt op de uiteindelijke versie, dus in dezelfde lay-out als die van de versie die bij het geneesmiddel zal worden geleverd. Dit betekent dat er van elke te testen bijsluiter een betrekkelijk kleine oplage (bijvoorbeeld 20 stuks) moet worden gedrukt, eventueel geproduceerd met behulp van een hoge-kwaliteit laserprinter. Wanneer tijdens de test blijkt dat de bijsluiter moet worden aangepast (en dat is meestal het geval), dan moet de herziene versie van de bijsluiter worden getest.

De leesbaarheid van een bijsluiter wordt vastgesteld op basis van de antwoorden die testpersonen geven op een reeks van ongeveer 15 vragen over de inhoud van de bijsluiter. Hebben in de eerste groep ten minste negen van de tien testers de gevraagde informatie kunnen vinden en hebben daarvan ten minste acht testers deze informatie ook begrepen (hetgeen moet blijken uit hun vermogen de gevonden informatie in hun eigen woorden weer te geven), dan is dat een teken dat de leesbaarheid voldoende is. De test door de tweede groep dient in dat geval om de resultaten van de eerste testronde te bevestigen. Indien in de eerste groep minder dan acht van de tien testers de inhoud hebben gevonden en begrepen, dan dient de tekst van de bijsluiter op de onderdelen die problemen opleverden te worden aangepast en vervolgens door de tweede groep van tien testers te worden getest, en dit net zolang totdat de aan de testcriteria (begrip bij acht van de tien testers) wordt voldaan. Er dient dus bij twee testgroepen van elk 10 personen een score van minimaal 90% van 90% te worden bereikt. Sommige aanbieders van testen leveren een rapport waarbij slechts één testgroep of alleen de tweede testgroep aan de criteria heeft voldaan. Bij sommige autoriteiten kan dat genoeg zijn, maar wanneer een dergelijk rapport in het kader van een MRP bij autoriteiten in andere landen terechtkomt (bijvoorbeeld bij de Britse MHRA, maar ook in Duitsland, Ierland en tal van andere landen waar strenge eisen worden gehanteerd!), dan is het risico buitengewoon groot dat er alsnog een extra testronde nodig is.

De testinterviews duren doorgaans 30 tot 45 minuten. De test vindt bij ons op kantoor of op een andere geschikte locatie plaats. In uitzonderlijke gevallen kan de test bij een testdeelnemer aan huis worden uitgevoerd, bijvoorbeeld wanneer testdeelnemers afkomstig moeten zijn uit een specifieke patiëntenpopulatie.

Tijdens de voorbereidingsfase screenen wij de bijsluiter zorgvuldig en brengen in overleg met de registratiehouder wijzigingen in de tekst aan die de bijsluiter al leesbaarder maken. Om te bepalen of de testvragen bruikbaar zijn en of er misschien toch nog problemen in de bijsluiter staan, wordt een pilot-test met enkele personen uitgevoerd, eveneens als onderdeel van de voorbereidingen voor de 'echte' test. Op basis van de uitkomsten van deze pilot-test wordt vastgesteld of bepaalde aspecten van de vraagstelling of van de bijsluiter zelf problemen zullen veroorzaken. Mocht dit het geval zijn, dan kunnen de vragen of de bijsluiter nog worden aangepast. Hierdoor wordt voorkomen dat eenvoudig te verhelpen problemen pas tijdens de leesbaarheidstest aan het licht komen. Als de bijsluiter op basis van de resultaten van de pilot-test aanzienlijk is gewijzigd, dan doen wij nogmaals een test met 5 deelnemers. Mocht het resultaat dan bevredigend zijn, dan gelden deze interviews als de eerste 5 voor de eerste testronde. Als er nog meer wijzigingen moeten worden aangebracht dan 'kostte' dat slechts 5 testdeelnemers (en niet 10).

Samenstelling testgroep

Elke testgroep van 10 deelnemers moet een afspiegeling vormen van de populatie waarvoor het geneesmiddel is bestemd. In veel gevallen betekent dit dat de testgroep kan bestaan uit doorsnee personen, waaronder vooral personen vanaf middelbare leeftijd (de helft van de receptgeneesmiddelen wordt door 65-plussers ingenomen). Bij middelen die voornamelijk door ouderen worden gebruikt, streven naar testgroepen met een gemiddelde leeftijd van 55 jaar (met een range van 40 tot 75 jaar). Voor middelen die algemener worden gebruikt (pijnstillers, hoestmiddelen, allergiemiddelen) is de gemiddelde leeftijd van de testgroep 40 jaar (met een range van 20 tot 75 jaar). Voor anticonceptiva is een gemiddelde leeftijd van 25 jaar (met een range van 15 tot 40 jaar) het best. In bijzondere gevallen, bijvoorbeeld wanneer het geneesmiddel bestemd is voor een zeer specifieke groep patiënten, is het noodzakelijk om deze patiënten bij de test te betrekken (eventueel te rekruteren via een patiëntenvereniging). Een testgroep moet in dat geval echter ook minimaal 2 of 3 niet-patiënten tellen; familieleden en andere mantelzorgers dienen immers soms ook geneesmiddelen toe en zij moeten de bijsluiter ook kunnen begrijpen.

Voor de testdeelnemers is het van belang te weten dat de bijsluiter op leesbaarheid wordt getest; de deelnemer wordt dus niet op zijn/haar leesvaardigheid of geheugen getest. Als iemand de gevraagde informatie niet of niet gemakkelijk vindt of de gevonden informatie niet begrijpt, moet er in de meeste gevallen vanuit worden gegaan dat dit aan de bijsluiter ligt.

Interviewer

De testdeelnemers worden ondervraagd door een interviewer die ervaring heeft met het ondervragen van patiënten, die goed kan observeren en goed kan luisteren. De interviewer moet zeer vertrouwd zijn met de inhoud van de bijsluiter. Hoewel de te stellen vragen vooraf worden opgesteld, moet de interviewer kunnen doorvragen om te controleren of de tester de informatie werkelijk heeft begrepen of om vast te stellen dat de informatie inderdaad niet is gevonden of begrepen. De interviewer werkt nauw samen met iemand die waar nodig de tekst en/of de vormgeving van de bijsluiter kan aanpassen.

Voorbeeld van testvragen

Testvragen moeten zijn gericht op de belamgrijkste gebruiks- en veiligheidsaspecten, zoals het doel waarvoor het medicijn wordt gebruikt, de wijze van innemen en de mogelijke bijwerkingen, waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen.

Voorbeelden van te stellen vragen:

  • Is het verstandig om alcohol te drinken wanneer u dit geneesmiddel gebruikt?
  • U heeft zojuist uw avondeten op. Is dit een goed moment om dit geneesmiddel in te nemen?
  • Stel dat een gebruikster van dit middel heeft besloten zwanger te willen worden of merkt dat zij zwanger is, kan zij dit geneesmiddel dan nog blijven gebruiken?
  • Moet u zich ongerust maken als u huiduitslag krijgt?
  • Kan een patiënt met diabetes ('suikerziekte') dit middel ook gebruiken?
  • Wat moet u doen als u uw ochtenddosis op tijd heeft ingenomen, maar een uur later per ongeluk nog een dosis inneemt?
  • U heeft dit geneesmiddel een uur geleden ingenomen. Kunt u nu veilig autorijden?
  • Waar dient dit geneesmiddel voor?

Wat kunnen wij voor u doen?

Wij kunnen een complete leesbaarheidstest voor u verzorgen. U kunt het daarbij geheel aan ons overlaten, maar u kunt er ook intensief bij betrokken zijn. Stuur ons per e-mail het bestand van de huidige bijsluiter toe (in QRD-formaat) of neem telefonisch (071-5680862) contact met ons op. U kunt op deze website ook het formulier invullen.

Ook kunnen wij een informele leesbaarheidstest uitvoeren: wij evalueren dan de bijsluiter en passen de tekst indien nodig aan. Als er vervolgens een echte leesbaarheidstest wordt uitgevoerd, is de kans buitengewoon groot dat de bijsluiter daarvoor 'slaagt'. Ook indien een leesbaarheidstest niet is vereist (bijvoorbeeld omdat een andere taalversie reeds wordt getest), kan het natuurlijk nooit kwaad de Nederlandse versie geheel of gedeeltelijk te testen. Hetzelfde geldt voor andere taalversies. In die gevallen is het niet noodzakelijk om twee groepen van tien testers in te zetten; met een gedegen screening van de tekst en vervolgens een groep van 5 testdeelnemers worden doorgaans de meeste problemen gevonden.

Goede leesbaarheid begint met een goed geschreven of professioneel vertaalde bijsluiter. Daarvoor kunt u uiteraard bij ons terecht. In de EC Readability Guideline staat dat slechts één van de taalversies van een bijsluiter behoeft te worden getest. De autoriteiten gaan er vervolgens vanuit dat van deze geteste versie een 'faithful' vertaling wordt gemaakt, 'allowing for regional translation flexibility'. Juist bij het vertalen van bijsluiters kan er echter erg veel mis gaan en daarom bieden wij onze opdrachtgevers de dienst dat wij controleren of een vertaalde bijsluiter inderdaad een 'faithful' vertaling is en of hij naar alle waarschijnlijkheid een leesbaarheidstest zou doorstaan. In het kader van deze controle analyseren wij de bestaande vertaling(en) van de bijsluiter en passen deze zo nodig aan.

Omdat wij in Nederland zijn gevestigd, kunnen wij leesbaarheidstests het eenvoudigst uitvoeren op Nederlandstalige bijsluiters. Wij voeren daarnaast ook leesbaarheidstests uit op bijsluiters in het Engels en het Duits. Desgewenst en na overleg kunnen wij deze dienst ook bieden voor andere talen van de EU. Een leesbaarheidstest zal geheel of gedeeltelijk plaatsvinden in het land waar de desbetreffende taal wordt gesproken. Voor dit doel worden de testvragen, de formulieren en de instructies voor de interviewer vertaald. Als het nodig is dat een van onze ervaren interviewers de test in het buitenland co-ordineert, brengt dat uiteraard extra kosten met zich mee. Voor het overige verloopt de test op dezelfde wijze als in Nederland.